Een man met een drietand op z’n voorhoofd getekend, kijkt met open mond hoe Krishna met enkel zijn rechterhand een hemel vol donkere donderwolken en bliksemschichten omhoog houdt. Hij sluit zijn ogen, houdt z’n handen vroom samen voor het gezicht en verandert ogenblikkelijk in een oude man. Onderdanig stapt hij naar Krishna en vraagt hem om vergiffenis. De blauwe god kijkt hem met zachte ogen aan.
*zap*
Vertwijfeld slaat een jongeman zijn blik omhoog als een stevige regenbui losbarst, terwijl rondom hem alle mensen rennend beschutting zoeken. De muziek zwelt aan en hij zingt een lied. Na de tweede strofe staat hij hoog in de Himalayas te dansen met zijn geliefde, haar witte sari wappert in de bergwind.
*zap*
Een man met een forse kop staat voor een dozijn microfoons een tekst voor te lezen, terwijl de flashlampen van de pers zijn zwetende voorhoofd in korte flitsen doen oplichten. Beneden scrollt een tekst in het Tamil voorbij.
*zap*
Een zwaar opgemaakte vrouwenmond zingt een zoete melodie in het oor van een geblinddoekte man. Met een ruk draait hij zijn hoofd naar haar en samen dansen ze door de woonkamer.
*zap*
Salto’s makend schiet een zwarte motorfiets over een ravijn, landt op de andere klif en laat een spoor van vlammen en vuur achter als hij verderraast naar de horizon. De naam Honda verschijnt in beeld.
*zap*
Voor een kale muur zitten vijf kinderen in kleermakerszit op een rij. De jongen en het meisje aan de buitenkant houden een strak gespannen boog vast, waar het middelste meisje met twee stokjes op slaat en ondertussen een tekst scandeert. Eentje met vlechtjes zit geluidsloos mee te lippen en een dikke jongen kijkt met panische ogen in de camera - soms wendt hij z’n blik even angstig naar de cameraman.
*zap*
Een warm ingeduffeld koppel ligt languit op een hondenslee en glijdt zingend door de sneeuw. De man grijpt haar handen en zwaait ermee in de lucht.
*zap*
Een mooie ranke vrouw in een met zilverdraad afgewerkte sari staat voor een panoramisch nachtbeeld van de Hong Kong skyline met druk gesticulerende handen iets te vertellen in het Tamil.
*zap*
Een corpulente man in een duur maatpak lacht zijn tanden bloot vanonder een dikke snor en steekt z’n wijsvinger gebiedend in de lucht, terwijl een andere schuddend met het hoofd en ietwat gebogen toeluistert hoe hij juwelen aanprijst.
*zap*
Muziek klinkt en een jong koppel zit naast mekaar geleund tegen een pillaar. Hij kijkt lachend toe hoe ze een bal op haar vinger laat tollen en er maar even in slaagt. Hij neemt de bal van haar over maar die rolt al meteen van zijn vinger. Ze klapt in haar handen van plezier.
*zap*
Vijf vrouwen in helgekleurde sari’s stappen van een marmeren trap. Allevijf tegelijk zwieren ze hun lange vlecht over de rechterschouder en doen een dansje op een opzwepend deuntje.
*zap*
Een dikke vrouw schudt met het hoofd en knijpt haar ogen even geruststellend samen. In beeld verschijnt een glas waarin klaterende melk geschonken wordt.
*zap*
Een man in een strakke shirt en een vrouw in een zwart lederen topje staan tegenover mekaar, hun gezichten maar enkele centimeters van elkaar verwijderd. Hij zingt een lied, terwijl hun hoofden schokkend bewegen op het ritme. Ze keert het hoofd bruusk weg, waardoor haar lange glanzende haren hem in het gezicht slaan. Glimlachend richt hij zijn ogen vol genot hemelwaarts.
*zap*

Toen ik in Madurai uitcheckte vroeg de vriendelijke manager waar ik heen trok. “Pudukkottai”, zei ik, en hij keek me met grote ogen en geamuseerde mondhoeken aan. De autorickshaw naar het busstation zat even vast in het verkeer. De chauffeur vroeg me in het Tamil waar ik eigenlijk de bus naartoe wilde nemen. “Pudukkottai”, zei ik, en hij keek in de achteruitkijkspiegel onderzoekend naar mijn blik, onzeker of ik het wel meende. Aan het chaotische busstation stapte ik naar een geuniformeerde busconducteur. “Pudukkottai”, zei ik, en verbaasd herhaalde hij de plaatsnaam, om me dan op een bus te wijzen die een paar perrons verder met draaiende motor stond te wachten.

Pudukkottai leek me een prima plek om een nacht halt te houden, halverwege op weg naar Tiruchirappalli. Het bleek echter een drukke en smerige plek te zijn, waar ik na een korte wandeling al op uitgekeken was. De vroegere hoofdstad van een miniscuul zuiders koninkrijk - van het oude paleis resten nog een paar verweerde muren die nu vooral dienst doen als urinoir, de weg naar de kleine stadstempel een vuile donkere bazaar - alles is er te koop, met de geur van verrotting als gratis bonus. Maar m’n hotelkamer heeft een werkende televisie!