10 Dec 2008
Kleurentwijfel, uitzinnige kleuters en een uitdagend spurtje
Bericht geplaatst door wim op reis 2008-09 INDIA
“Is ‘t langs hier?” - ik krijg een paar niet-begrijpende blikken toegeworpen. “Gaat het pad hier verder?”, en ik wijs naar een plek waar de jungle minder dicht begroeid lijkt. Ogen bekijken mijn uitgestoken hand, een paar hoofden draaien zich weg, maar niemand in de groep zegt wat. Ik ben in m’n eentje aan het dwalen door de jungle in de Lonar-krater en probeer de weg te vragen aan een stel apen.
De wetenschap stelt dat de Lonar-krater vijftigduizend jaar oud is - toen kwakte hier een meteoriet neer die een gat van zowat twee kilometer doorsnede sloeg in de harde basalte ondergrond. Later ontstond er op de bodem een meer, dat van kleur twijfelt tussen groen en blauw door zijn unieke minerale samenstelling. De tweehonderd meter hoge wanden zijn begroeid door dichte jungle, en beneden langs de rand van het meer staan de ruines van duizend jaar oude hindoetempels.
De avond voordien was ik al een keer naar beneden geklommen, maar de zon stond toen te laag om nog aan een wandeltocht rond het meer te beginnen. Een steil pad leidde naar beneden en eindigde aan een verlaten tempel. Groepjes jongeren zaten er vuurtjes te stoken, waarrond ze met mekaar wat hingen te leuteren. Als ik de volgende dag rond een uur of negen ’s morgens dezelfde weg bergaf volg, kom ik echter niemand tegen. Ik sla een welbelopen pad in, dat waarschijnlijk naar de grotere tempel leidt die je vanaf de kraterrand langs het water kan zien liggen, aan de overkant van het meer.
Het is hier stil. Vogels schrikken schel kwekkend op als ik door het groen wandel, gevolgd door een diep soort kort geloei in de verte, maar het is zeker geen rund. Wat voor geluid maken herten, vraag ik me af. Ik besluit dat het stellig een diep soort kort geloei moet zijn, en uitermate tevreden met mijn antwoord stap ik verder. Ik kom voorbij een vervallen tempel, van waaruit een kakofonie van schril gekwetter klinkt. Met een voet over de dorpel slaat de warme stank van de vleermuizenkeutels me in het gezicht, en samen met het overweldigende lawaai bekruipt me tegen beter weten in een ongemakkelijk gevoel, waardoor ik me weer uit de voeten maak. Goed gezien van die vleermuizen - moest ik binnenkort eens met rust gelaten willen worden kan ik ze tot voorbeeld stellen, de grond rondom me uitvoerig beschijten en vooral veel lawaai maken.
Toen ik gisteren even naar het dorp meende te wandelen om sigaretten, bleek de weg die ik volgde langs een armzalige sloppenwijk te passeren. Langs de ene kant van straat de opeenstapeling van armoedige krotjes, langs de andere een vuilnisbelt, waarop twee breed lachende kleine meisjes zaten te kakken. Met vliegensvlugge handen veegden ze zo snel als het kon hun gat met water, alvast gehurkt een dolenthousiast “Hello! Hello!” naar me krijsend uit alle macht. Meteen weerklonk ook rechts vanuit een huisje een eerste “Hello?”, daarna twee, drie, en al snel liep er een horde uitzinnige kleuters rond me heen, “Hello! Hello! Hello! Hello!”, om de beurt wilden ze me stoer en parmantig de hand schudden - de twee kakkertjes zorgden ervoor dat ik steeds hun rechterhand vastpakte als ze me de linker aanboden. Stralende kinderen, gekleed in helle kleuren en met grote open ogen vol verrast plezier.
Twee moeders stonden met gekruiste armen in het deurgat en genoten mee van het spektakel. Ze fluisterden het zoontje van een van hen iets in het oor en duwden hem zachtjes in mijn richting, “Waddiesjourneem?” - de rest van de kinderen pikte het meteen op, “Waddiesjourneem! Waddiesjourneem!” “Wim!”, zei ik, zo ferm ik kon. “Wim! Wim! Wim!”, gillend van de pret liep de kleine terug naar z’n moeder die hem weer terugstuurde, ditmaal met een “Waddiesjoursistersneem?” “Hilde!”, zei ik dan maar - “Holda! Holda! Holda!”, holde hij joelend weer naar zijn moeder. “What is your name?”, vroeg ik aan de groep, en de Laxmis, Mahmuds, Santoshs, Ayishas en Krishnas vlogen me rond de oren. Mooi - erg mooi allemaal, maar begrijp me niet verkeerd - ik wilde slechts om sigaretten gaan.
Langzaam zwakt het vleermuizengekwetter af, en hoor ik enkel nog het geknap van de takken onder m’n sandalen. Plots een geruis in het bladerdek, waarna alles boven me heen en weer begint te zwiepen als een groep apen op de vlucht slaat, over de schouder kijkt een paar ogen me nog verschrikt aan. Gelukkig zijn het langur-apen. Die zijn nog vrij aangenaam in de omgang, in tegenstelling tot de meer voorkomende makaken - venijnige beestjes. Mooie apen met een zilverkleurige vacht, lange staarten en een zwart gezichtje. Als ze op de grond lopen hebben ze een koddige pas door hun lange springpoten, die achter hen lucht trappen in bokkensprongen die komisch aandoen.
Na een tijd sta ik aan de enige tempel die niet tot ruine is herleid, en dit blijkt Langur-city te zijn. Een ganse bende zit hier bij mekaar, en ze laten me duidelijk merken dat ik me op hun terrein bevind. Uitdagend spurten ze heen en weer, met luide slagen laten ze zich vallen op een paar verroeste metalen golfplaten die op de grond liggen. De tempel is nog steeds in gebruik, hij heeft een laagje verf en er ligt een stapel opengebroken kokosnoten waarmee de Shiva-lingam besprenkeld werd. Op dit vroege ochtenduur ligt hij er wel verlaten bij. Het pad lijkt op te houden, en plots besef ik dat ik aan de apen de weg sta te vragen. Als antwoord krijg ik een paar tot vraagtekens gekrulde staarten.
Dan volg ik maar een open ruimte achter de tempel, die even verder weer in een pad verandert - veel smaller ditmaal, met plantengroei die soms haar plaats weer opeist. Wel is het makkelijk te volgen, en brengt me zo op een uur tijd verder langs de volledige omtrek van het meer, voorbij nog meer vervallen tempeltjes en zwiepende boomtoppen, om uiteindelijk terug te leiden tot beneden aan het pad naar de kraterrand. Daar staar ik een tijdje vertwijfeld naar boven, en begin dan aan de beklimming waarbij ik mezelf een paar lange springpoten toewens, want een koddige pas heb ik sowieso al.
December 13th, 2008 at 4:47 am
En…welke hand moeten wij drukken bij je terugkomst?