Wat toeristen dezer dagen nog in Aberdeen moeten zoeken was me niet helemaal duidelijk. In de jaren zeventig zal ‘t wel een mooi zicht geweest zijn, toen de baai vol lag met jonks, maar men beseft blijkbaar niet dat die tijden al lang vervlogen zijn. Tourgroepen stappen in de enige jonks die nog in de haven varen en doen zo aan sightseeing langs wat momenteel een jachthaven geworden is, vol dure hobbies. De bootbewoners van weleer hebben nu grote vissersschepen en wonen in de hoge flatgebouwen langs de baai. Voor een sfeervol Aberdeen hou je het best op de openingsscenes van ‘Enter the Dragon’. Wel een heuvel beklommen en zo terecht gekomen op een reusachtig begraafplaats tegen de helling met een zicht over de mooie natuurlijke baai - indrukwekkende plek.

Mijn meeste vervoer in Hong Kong doe ik te voet, met de Star Ferry of met de uitstekende metro - die rijdt heel frequent en is daardoor erg efficient. Om in Aberdeen te raken moest ik de bus gebruiken, en eigenlijk was dat veel leuker. De metro is verdomd handig, maar zorgt ervoor dat je als een blinde mol onder de stad sjeest, en het blijft een indrukwekkende stad - voortdurend zie ik mooie hoekjes. Hong Kong proef je best in kleine hapjes. Het centrum is erg druk en biedt weinig rustige plekjes, langer dan een paar dagen in een ruk zou ik het hier nooit uithouden, lijkt me. Hetzelfde gevoel als bij Cairo - ook een stad waar ik erg van hou, al wordt ik er na drie of vier dagen kompleet zot door de voortdurende drukte. Maar het gebied is natuurlijk groot en divers - zelfs op Hong Kong eiland zijn er toch oases van rust te vinden - al mag dat dan een kerkhof in Aberdeen blijken te zijn.

Terug in Kowloon naar Hong Kongs filmhuis Broadway Cinema getrokken, waar ze de Chinese film ‘Lost in Beijing’ draaiden. Ik zal het kort houden om niet weer als Jo Ropcke-reincarnatie versleten te worden; een middelmatige arthouse-film, had z’n momenten maar duurde veel te lang. Wel kreeg hij een Cat-III rating door de seksscenes, maar die hielden jammer genoeg na een halfuurtje al op. Aan de filmzaal was een boekhandel verbonden, waardoor ik er buitenstapte met een hoop leesvoer - een boek van zowat driehonderd pagina’s over Johnnie To, eentje over Herman Yau, een kritische analyse van ‘A Better Tomorrow’ - good stuff.

Morgen is ‘t al m’n laatste dag - en ik denk die vooral te gebruiken om m’n laatste koophonger te stillen, zeker nu ik de plaatselijke boekenwinkels aan ‘t ontdekken ben. Aan dvds heb ik voorlopig wel genoeg - als ik er nog meer bij zou proppen, zal ik onmogelijk zonder dansende ogen voorbij de Belgische douane kunnen stappen. Alhoewel.

Tot binnenkort!