22 Okt 2007
Het eetpatroon van de industriele stofzuiger
Bericht geplaatst door wim op reis 2007 CHINA
Vanaf straat klinkt de galop van een paard. Even later luide stemmen aan de voordeur, het lijkt op geruzie. De deur slaat open. Met zwierige tred loopt Ti Lung over de binnenplaats en beklimt de trap met grote passen, twee treden tegelijk. Hij bonst op mijn kamerdeur. Ik zit in de Dujia Kezhan en waan me in een Shaw Brothers-productie.
De Duija Kezhan is een courtyard-woning, enkele eeuwen oud en na lange leegstand terug in gebruik genomen als hotel. Alles is in hout, een langgerekte woonst, centraal liggen in mekaar overlopende binnenkoertjes met rondom de balustrades van de eerste verdieping. Overal staan authentieke meubels, tegen de muren hangen schilderijen en calligrafie.
Langzhong is een klein plaatsje in het Noordoosten van Sichuan. De oude stadskern is uitzonderlijk goed bewaard - een aangename plek om door te dwalen. ’s Morgens volop activiteit op de vroegmarkt, ’s namiddags kan je er verpozen in de klassieke theehuizen en na zonsondergang sfeervolle verlichting met overal op straat rode lampionnen.
De conservatie van de binnenstad is vooral te wijten aan Langzhong’s slabakkende economie. Het is een arm stadje, de krachtige vernieuwingsdrang die de rest van China zo kenmerkt is eraan voorbijgegaan. Ondertussen heeft men in China door de groeiende middenklasse het binnenlandse toerisme ontdekt, en wordt er geld gestoken in het behoud van Langzhong’s patrimonium.
Een beklimming van de toren bovenop de oude stadspoort toont een zee van grijze pannendaken. Hier en daar kan je de binnenkoertjes zien, waar de was hangt te drogen, of vanwaar het geklik van Mahjongblokken weerklinkt. Achter de toren maakt de rivier een lus rond de stad, voor de toren zie je in de verte een langgerekte heuvel waar de daken van klassieke paviljoenen zich boven aftekenen, terwijl aan de voet de armzalige flatgebouwen van het nieuwe stadsgedeelte liggen.
Een wandeling door de stad bracht me in het Fengshui-museum. Eerst had ik de plek voor mezelf, maar na een tijdje werd blijkbaar gesignaleerd dat er een westerling in het gebouw liep, want een Engelstalige gids stapte op me af. Engelstalig bleek in dit geval veel gezegd. Hij bracht bizarre klanken voort met af en toe een woordje verstaanbaar Engels, in z’n handen een paar vellen papier waarop de tekst stond die hij me dacht voor te lezen.
In China krijg je het Engels nooit te horen - Louya bleek de taal enkel uit boeken geleerd te hebben en wist absoluut niet hoe de klanken voort te brengen - waardoor een zin als ”Langzhong is a great place and has brought up numerous outstanding personages”, klonk als “Langzhong is a giet pees en haas broet up noe-e-oes outstnedg psooneij” - af en toe stond er wat in ‘t pinyin bijgekribbeld om fonetisch hulp te bieden. Was echt geen touw aan vast te knopen, op een moment schoten we samen in de slappe lach, waarop ik hem dan maar vroeg of hij zin had in een glas thee.
Voor ik het goed en wel besefte zat ik die avond met Louya, z’n vrouw en hun dochtertje in een restaurant noedels te slurpen, met mekaar communicerend door Engelse zinnen op papier te schrijven. In tegenstelling tot de klankenbrij die hij voortbracht, bleek z’n geschreven Engels vrij goed. Toch zorgde het voor bizarre momenten, want vaak leek hij Chinese uitdrukkingen letterlijk in het Engels te vertalen. Wat zeg je bijvoorbeeld als je aan ‘t eten bent en iemand met een bloedserieus blik een blad papier voor je legt waarop staat geschreven - “Do you feel your food?”
Omdat Louya m’n avondeten betaalde, meende ik hem de volgende dag een wederdienst te bewijzen, en stapte ’s morgens naar z’n kantoortje om hem te vragen of hij een bandrecorder had. M’n bedoeling was de Engelse tekst voor te lezen zodat hij die achteraf kon beluisteren om in de toekomst Westerse bezoekers van het museum een rondleiding te geven in ‘t Engels. Weliswaar met een Vlaams accent, maar alleszins beter verstaanbaar dan wat hij er nu uitbraakte. Een bandrecorder - daarmee zat ik het te zeer in antiek te zoeken, zo bleek, want z’n schoonbroer werd opgetrommeld en even later zat ik voor een computer in een microfoon te praten, zodat hij een mp3 kon opslaan van de gesproken tekst.
Ik dacht hiermee Louya te kunnen bedanken voor het diner van de avond voordien, maar dat was buiten de Chinese gastvrijheid gerekend. Hij nam de namiddag vrijaf om me de stad rond te leiden en betaalde me weeral middag- en avondeten, zelfs nadat ik erop aandrong dat hij mij een keer liet betalen - zeker nadat bleek dat mijn - bescheiden - Belgische loon zowat het tienvoudige van het zijne was.
Tijdens het eten ontpopte de zacht sprekende Louya zich trouwens steeds tot een soort slurpmachine, die als een industriele stofzuiger z’n eten naar binnen zoog. Blijkbaar de gewone gang van zaken hier, maar hoezeer ik m’n best ook deed lustig mee te smakken - het slurpvolume bleek onevenaarbaar. M’n pogingen ontlokten enkel gelach bij de andere klanten van het restaurant, waarna me weer gevraagd werd of ik het eten voelde.
Jazeker! Ik voel het!
October 24th, 2007 at 1:01 am
Vraag eens aan Louja wat “I qua sijin hoo haaaaaa” betekent. Dat is ongeveer het zinnetje dat Valk en ik nogal eens naar elkaar en naar een leeg blikje bier plegen te roepen als we in een polylinguistische bui zijn. Zorg wel dat je de klemtoon legt op het laatste woord want welicht is dat van enig belang.
October 24th, 2007 at 8:19 am
Die klemtoon op ‘haaaaaa’ is typisch Hasselts - hier ligt de nadruk veeleer op de ‘ho’.
October 31st, 2007 at 12:44 am
Het Pinyin??!
October 31st, 2007 at 3:40 am
Jazeker - Pin kent geen grenzen, na Meubles en Pin nu ook Pinyin in China.
Pinyin is de manier die men hanteert om de Chinese klanken naar het Latijnse schrift te vertalen. Inderdaad.