In een bevlieging vanmiddag op de boot naar Macau gesprongen - het Aziatische Las Vegas. Vroeger was Macau een rijke Portugese kolonie maar nadat de Portugezen hun handelsroutes niet meer konden onderhouden, stelde de eens welvarende handelspost voor hen niet meer voor dan een kale rots - pakweg zeventig kilometers verwijderd van Hong Kong, waar de Britten ondertussen geld als slijk verdienden met de opiumhandel. Wat deden de Portugezen? Ze maakten het gokken er legaal en verklaarden het eerste casino geopend! Al snel werd Macau een oord van verderf - gokken en hoerenlopen, da’s zowat alles waar het de laatste eeuw om bekend stond. Oh - en z’n Jezuieten, want die zaten er ook.

Sinds 1999 hoort Macau terug bij China, en nu staat er helemaal geen rem meer op. De enige plek in China waar wettelijk gegokt kan worden, Chinezen die niets liever doen dan gokken en daar veel geld aan willen spenderen na de gigantische economische boom op het Chinese vasteland. Niet te geloven wat er de laatste paar jaren allemaal gebeurde met het rustige Macau - de kustlijn staat vol pasgebouwde luchtkastelen van protserige pracht en praal, en grote delen van de stad zijn een bouwwerf.

Opnieuw was het film wat me naar Macau lokte - m’n eerste uren spendeerde ik aan het zoeken naar het pleintje waarop Anthony Wong, Lam Suet, Francis Ng en Roy Cheung sigarenrokend op hun ex-collega zaten te wachten in ‘Exiled’. Naarstig speurwerk deed al de naam van het onbekende pleintje opduiken, maar ‘t uiteindelijk terugvinden in het labyrintische oude stadsgedeelte van Macau bleek een ander paar mouwen. Maar ik ben er geraakt! En ik rookte er dan wel geen sigaar, maar m’n laatste zelfgerolde sigaret. Vanaf nu zijn ‘t enkel nog Chinese sigaretten - kijk niet verbaasd als ik achteloos plasjes bloed over m’n schouder begin te spugen.

Zowat de ganse dag zoet geweest in de heuvelachtige historische stadswijk van Macau met haar mooie mix van Zuid-Europese en Aziatische invloeden. De bekende kerk van San Paolo bezocht - je weet wel, waar enkel de voorgevel nog van recht staat. Daar werd me echter de toegang ontzegd omdat een of andere hoogwaardigheidssnor er net een bezoek bracht. Het hotel uit ‘Exiled’ vond ik ook, en dat bleek ook al een kerk te zijn. Vreemd genoeg stonden alle gevels nog recht. Daarna terecht gekomen in een klassieke Chinese tuin, die de landschapstuinen van de buurt rond Suzhou probeerde na te bootsen. Dat deed hij echter zonder de gigantische mensenmassa’s, maar met enkele stramme oudjes die op een bank tegen mekaar zaten op te scheppen over hun leeftijd.

Op een uurtje tijd terug naar Hong Kong, hotsend en botsend met de jetfoil. Scheren deed die! Over de golven! Zoals het een jetfoil betaamt - zeker als de firma zichzelf veelbelovend ‘Turbojet’ noemt en de helft van de passagiers de reis doorbrengt met het gezicht in een kotszakje. Teruggekomen op Hong Kong Island was de avond gevallen en fuck! - wat is het centrum van de stad prachtig ’s avonds. Dacht dat ik ondertussen al blasee op de Star Ferry richting Mongkok kon stappen, ongeinteresseerd kijkend naar de vloer, maar ik zat weer als een kind - een kind zeg ik u! - met grote ogen te kijken naar - weeral - de skyline. Die skyline en ik - volgens mij wordt dat nog wat, want ik blijf erover bezig. Skyline. Kijk! Daar doe ik het weer.

Morgenvroeg vertrek ik naar China!

U bent alle 1.300.000.000 gewaarschuwd.