Oude berichten van November, 2007
November 1, 2007
De oude besjes tamtam
Wat ben ik blij dat Zhaoxing mijn kennismaking was met de Dong. Ik zit nu een vijftal uur verderop in Chengyang, nog zo’n dorp, maar door zijn trekpleister - de grootste Wind-en-Regenbrug van China - en de nabijheid van populair toeristenoord Guilin, is het plaatsje stevig gebokrijkiseerd.
Zhaoxing’s smalle paadjes door het dorp - zorgvuldig als mozaiek gelegde keitjes die kunstige patronen vormen - zijn hier omgevormd tot brede banen, botweg bedekt met brutaal beton om de busladingen aan dagjestoeristen te slikken. Waar de Dong in Zhaoxing nog rustig hun alledaagse ding doen zonder zich veel aan te trekken van de vreemde vogels die in hun achtertuin lopen, is dit dorp in de greep van het toerisme. Veel mensen verdienen er hun brood mee - de wijze oude vrouwtjes van Zhaoxing hebben hier evil twins die je voortdurend met hun zwartgerande nagels in de arm komen knijpen om de helgekleurde rotzooi te kopen die ze in je gezicht duwen. Allemaal begrijpelijk natuurlijk, maar het dorp verliest daardoor alle charme.
Als de laatste bus om drie uur vertrekt, zijn alle paadjes opeens leeg en worden ze ingenomen door de joelende kinderen die van school komen. Ik hoor muziek klinken vanuit de buurt van de drumtoren en trek ernaartoe om een zestal laatste Chinese toeristen aan te treffen die op een bankje door de schermpjes van hun fototoestel zitten te kijken naar een zang- en dansvoorstelling van een groep in traditionele Dong-kledingdracht. Ik zet me er maar bij.
Dubbele gevoelens. Het is mooi dat op deze manier de oude tradities in stand gehouden worden, maar het is een lege show, zonder de sociale functie die ze oorspronkelijk had. Aapjes kijken. Na het tweede nummer komt de groep luid roepend rond ons staan met een fles sterke drank en een schoteltje vol kleine porseleinen kopjes en bankbiljetten. Ik krijg een, twee kopjes in de mond gegoten door grijnzende dames, al spartel ik een beetje tegen. Met natte kin gooi ik maar een briefje van tien yuan op de schotel en heb er dan wel genoeg van. Ik stap op, doorheen de ondertussen stilletjes achter me samengetroepte horde aan oude besjes die me meteen weer vanalles onder de neus duwen.
Het plaatsje telt verschillende huizen die omgebouwd zijn tot hotel, alles is hier voorzien voor een stormloop. Maar het is laagseizoen en ze staan allemaal leeg. Als de laatste klanken vanonder de drumtoren uitsterven zit ik nu echt wel helemaal alleen, en lopen er enkel nog de boeren over straat die moegewerkt terugkeren van de velden - het is oogsttijd en ze dragen trossen van rijsthalmen over de schouder. De oude besjes tamtam heeft ondertussen gelukkig rondgeseind dat ze aan mij geen klant hebben, en tijdens de laatste uren voor de zon ondergaat kan ik op mijn gemak nog wat rondslenteren.
Ik beklim een lage bergtop aan de rand van het dorp, en waarom het zo’n populaire bestemming werd is dan klaarduidelijk. Vanop een afstand is het plaatsje adembenemend. Gelegen in een kromming van de rivier, verbonden met de hoofdweg door die majestueuze brug. Achter het dorp lage rollende heuvels, errond overal rijstvelden. Het dorp zelf een groep van tegen mekaar steun zoekende houten huisjes met daken van zwarte leisteen. Mooi.
11 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 2, 2007
Zoveel te beter
Als ik rond de middag in het chaotische busstation van Longsheng arriveer, vind ik de bus die me de bergen in moet brengen niet meteen. Ik wil reizen naar de rijstterrassen van Longji Titian, en da’s best een mondvol Chinees gebral. Mensen sturen me van hot naar her tussen de blauwe uitlaatgassen, buschauffeurs rochelen uit hun raampje alvorens op een bus aan de andere kant van het station te wijzen. Ik loop in rondjes.
Een man in een grijsgroen afgedragen jasje stapt naar me toe en toont me een gekreukte brochure met foto’s van de wereldvermaarde rijstterrassen. Door zijn jongensgezicht is zijn leeftijd moeilijk te schatten - hij staat er een beetje in mekaar gedoken bij, zijn versleten schoenen schuiven in het stof alsof hij een dansje maakt op muziek die enkel hij kan horen terwijl zijn linkerhand met een sigaret speelt. Ik knik en met zijn sigaret wijst hij naar een klein busje, verscholen in een donkere hoek van het station.
Hij blijkt zelf een passagier te zijn, zet zich naast me en biedt me een sigaret aan. Ik sla ze af, want zijn sluwe blik verraadt dat ze niet louter uit vriendelijkheid aangeboden wordt. Inderdaad - nog voor we het station uitrijden maakt hij me duidelijk dat hij een hotel heeft in Dazhai, een dorpje in het hart van Longji Titian, en dat hij me ernaartoe zal brengen.
Ondertussen besef ik dat het volop laagseizoen is in de streek, en dat een hotelkamer vinden in Dazhai absoluut geen probleem zal vormen. Ik doe dus mijn best om hem af te wimpelen, geen zin om me door een blinde belofte te binden aan een ongeziene hotelkamer, terwijl ik in het dorp zelf maar te kiezen zal hebben. Na een tijdje zet hij zich half van me weggekeert, schouders opgetrokken, ik voel me haast schuldig.
Twee uur duurt de busrit, we klimmen over een smalle stoffige baan door een vallei met beneden een rivier die ons schuimend tegemoet stroomt terwijl hij zich een weg zoekt tussen de rotsblokken en daarbij in zijn ongeduld voortdurend over de eigen voeten lijkt te struikelen. Af en toe pikken we mensen op langs de baan, met manden vol versuft kijkende kippen en dichtgeknoopte juten zakken. Eentje wordt me voor de voeten gelegd en nadat hij begint te bewegen alsof er een stel worstelaars in zitten floept het hoofd van een verontwaardigd kwekkende eend uit een gat tevoorschijn als een gevederde Houdini.
Op het einde van de weg slechts een onverharde plek om de bus te keren en een afdakje. Iedereen stapt uit en ik volg hen over een pad van afgesleten stenen plavuizen naar het dorp, op de hielen gezeten door mijn zelfverklaarde gastheer. Als we een bocht omslaan ligt het dorp voor ons, tegen een helling het ene hotel na het andere. Geen enkele toerist te zien, hoteleigenaars zitten voor de geopende deuren van hun lege woonsten een kaartje te leggen, slurpend van mokken thee. Mijn gezel roept iedereen die we passeren wat toe.
Ik wil een hotel helemaal vanboven, met een ongehinderd zicht op de bergen rondom. Puffend onder mijn rugzak laat ik tijdens de klim mijn gezel voorgaan, en boven aan de dorp staat hij me breed grijnzend op te wachten, en wel net voor de deur van een van de hotels waarop ik mijn oog had laten vallen. ‘This is my hotel’, zegt hij trots. Zoveel te beter.
Pan Am Tan blijkt een uitstekende gastheer. Scherpzinnig - het zinnetje waarmee hij me verwelkomde blijkt zowat z’n enige kennis van het Engels te zijn, maar hij verstaat steeds snel wat ik met gebaren of woordjes uit mijn phrasebook wil zeggen.
Het grote houten gebouw is leeg, Pan’s familie de enige mensen die me gezelschap houden - vrouw en dochter, samen met zijn stokoude en kromgewerkte ouders. Ik krijg de beste kamer aangeboden voor twintig yuan - op de tweede verdieping, vanuit de ramen een prachtig zicht. Een uiterst simpel hotel - niet bijzonder goed onderhouden met stoffige ruimtes, een onfrisse gedeelde badkamer, krakende houten vloeren en minimale inrichting - wat moet doorgaan voor de lobby een lege ruimte van twintig meter op vijf die de ganse benedenruimte beslaat en waarin enkel een tafel, zes stoelen en een televisietoestel staan, in de hoek een scheve pompbak.
Meteen wordt me thee uitgeschonken en moedertje duwt me een paar mandarijnen in de hand. Wat eet ik? Mijn toverwoorden worden weer uitgesproken - ‘Wo chi su’ en een kwartier later zit ik uitgehongerd te eten van gebakken chinese kool met look en chili en een kommetje rijst.
2 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 2, 2007
Symfonie in fuchsia
Longji Titian staat bekend om terrasbouw in haar meest verregaande en indrukwekkende vorm. De bergen zijn hoog, en haast vanaf de top tot helemaal beneden in het dal door geduldig en eeuwenlang werk omgevormd tot rijstvelden die in kleine trapjes de contouren van de bergflank volgen.
Het oogt al bijzonder indrukwekkend vanuit de vallei, maar ik besluit me voor zonsondergang aan een beklimming te wagen en wandel naar een paadje waar ik een stel kinderen op zag verdwijnen, smalle treden van grote stenen die langs de bergwand steil omhoog leiden. Al snel loop ik zwetend tussen de groep die blijkbaar net van school komt en zoals elke avond met de boekentas op de rug huiswaarts klimt.
Eerst tussen meisjes die verlegen fluisterend elkaar aanstoten en zich giechelend verbazen om de grote bleekscheet die tussen hen loopt te banjeren, later tussen de jongens die me stoer proberen uit te dagen door me vanalles naar de bezwete rug te roepen, waarschijnlijk iets over mijn moeder en zwarte matrozen. Ik krijg zin om er een paar bij het nekvel te grijpen en ze van de berg naar beneden te smijten, benieuwd hoever ik ze kan gooien terwijl ze als springballen van terras tot terras stuiteren.
Dan hoor ik geroep vanaf een rijstterras net boven het pad. Daar staat mijn zoveelste oud vrouwtje te gebaren dat ik fout zit en dat dit pad slechts naar een dorp leidt. Ik keer me om, en opeens timide gaan de rotventjes me uit de weg. Een minuut lang keer ik terug op mijn schreden als ik weer geroep achter me hoor. Het vrouwtje gebaart dat ze me omhoog zal leiden, loopt voor me op en slaat een nauwelijks zichtbaar zijpaadje in, steil naar boven en haast volledig overwoekerd.
Ze gaat gekleed in de tradionele klederdracht van de streek. Een dik geweven vest van hel fuchsia, een zwarte broek waarover ze een korte zwarte rok draagt met vanachter een soort lappenwerk van bonte kleuren. De lange haren zitten samengebonden onder een zwart katoenen mutsje, aan haar uitgerokken oorlellen hangen zware zilveren ringen te bengelen. Niet meteen wat ik zelf zou aantrekken, maar het staat haar wel. Ze loopt met een stevige tred voor me op, ik haast buiten adem erachteraan, van inspanning de smaak van metaal in de mond.
Na een twintigtal minuten klimmen staan we aan de top, en ligt onder ons het dorp met errond het onwaarschijnlijke zicht op de terrassen, als een topografische kaart waarop hoogtelijnen staan aangeduid - de glooiing van de berg verdeeld in vlakken en krommende lijnen. Helaas is alle rijst al geoogst, waardoor slechts bruine modder en afgesneden stengels in de velden staan - het moet een magnifiek zicht vormen als de planten groen zijn en het water als in balkonnetjes de blauwe lucht weerspiegelt.
Terwijl ik daar zwetend op sta te gapen hoor ik achter me geploeter. Het vrouwtje ligt op de rug te draaien en te keren in de natte modder, steeds wilder, het bruine water spat in het rond. Haar kleren eerst vol bruine vegen, al snel doorweekt van de modder. Het wijde vestje wordt zwaar en zakt haar van de hals waar ik grote gleuven, als kieuwen heftig zie flapperen terwijl haar mond zich steeds groter openspert, wagenwijd, binnenin een dieproze geribde holte als de mond van een zeebaars, happend naar lucht. Eerst ontsnapt haar een schril gepiep, dat bruusk als de stem van een puber overslaat naar een galmende bas - zo ligt ze daar, op haar rug, loeiend als een rund, ondertussen trager wentelend van haar ene zijde op de andere, haar armen slaan met harde klappen in het slijk.
En zo eindigt weer een evenementvolle dag in het vreemde China.
10 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 7, 2007
The Elephant Man
Hier zaten ze dus, de bleke langneuzen. De bus naar Guilin en Yangshuo passeerde de ene tourbus na de andere, volgeladen met westerlingen die verveeld door het raam naar buiten keken. Op mijn bus was ik nochtans weeral de enige bleekscheet - waar zaten al die individuele reizigers in China? Opgeslokt door de enormiteit van het land? Zich beperkend tot het banana pancake-parcours? Van hoofdstad Beijing leidt dat over Pingyao en het terracotta leger van Xi’an naar de panda’s van Chengdu. Daarna varen ze naar de Drie Klovendam of trekken ze naar Tibet of Yunnan. Waar zaten ze? Wie zal het zeggen - enkel in Chengdu had ik het gevoel te horen tot de Lonely Planet-brigade.
Langneuzen. De ochtend van mijn vertrek in Dazhai leken Pan’s dochtertje en haar nichtje urenlang zoet te houden met me in de lange westerse neus te knijpen alvorens kraaiend van de pret weg te hollen en me vanop een afstand te bekijken met ogen vol tranend plezier, de vuistjes opgetrokken voor een breedlachende mond. Pas toen ik een blad papier nam en er wat ventjes op tekende kreeg ik hun respekt, en keken ze gebogen over het vel hoe ik langzaam gezichtjes tevoorschijn toverde, luid naar mekaar roepend om als eerste een oog, een oor, of een lange neus in m’n lijnen te ontdekken.
Van backpackersparadijs Yangshuo had ik al na twee nachten de buik vol. Even was het leuk om die buik te vullen met pizza en lasagna, om in het Twin Peaks Cafe damn’ good coffee te drinken - and hot! - maar meer dan westers comfort had het plaatsje me niet te bieden. De voornaamste straat - West Street - een Chinese versie van Bangkok’s Khao San Road, vol hotels, souveniershops, piratencd’s, restaurantjes en reisbureaus - je wordt er voortdurend aangeklampt voor vanalles en nog wat - Want a room? Dinner? Bike rent? Boat ride? Shoe polish? Licht-radioactief afval? ’s Avonds luide discotheken, cafe’s uitgebaat door Australische expats, een restaurant van twee Franse broers.
Yangshuo ligt wel in een prachtig subtropisch gebied vol karstgebergte - groene, steil verticaal oprijzende solitaire heuvels. Nadat ik de tweede dag een korte boottocht maakte over de rivier, besloot ik rust te zoeken in een dorpje even verderop, schijnbaar ver weg van al het hectische gesjacher maar nog steeds in datzelfde prachtige landschap.
En zo zit ik me hier al een paar dagen te wentelen in het zalige nietsdoen. Overdag slenter ik af en toe wat doelloos door de rijstvelden of langs de rivier, ik slurp thee terwijl ik in de zon een boekje zit te lezen en naar de insecten luister, af en toe por ik iemand aan om me een maal te bereiden.
Voor zondagavond heb ik een ticket geboekt op de nachttrein van Guilin naar Shenzhen, zodat ik maandag weer grijnzend door de krioelende massa’s van Mongkok loop, het Hong Kong filmarchief ga bezoeken, misschien een kijkje neem in de oude Shaw Studios en met de tien kilo baggage allowance die me nog resten naar hartelust kan shoppen - yeah!
9 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 12th, 2007
Bright lights, big city
Fuck yeah!
M’n kamertje is piepklein, en alle vrijblijvende ruimte ben ik druk aan ‘t volstapelen met dvds. ’t Is heerlijk filmpje shoppen in Hong Kong - in sommige winkels staan de films per regisseur of acteur gerangschikt en sta je plots met je handen vol Francis Ng of Anthony Wong - en hou je dan maar ‘ns in. Of passeer langs een Mongkok cinema en zie dat Triangle er draait. Hou je dan maar ‘ns in.
Door z’n ambitieuze opzet had ik zo m’n twijfels, maar Triangle bleek gelukkig een heel leuke film. Een Milkyway-productie en co-regie project van Johnnie To, Ringo Lam en Tsui Hark met onder andere Simon Yam als een sullige uitgebluste man met een overspelige vrouw en Louis Koo als een taxichauffeur die z’n uitzichtloze leventje wil omgooien. Samen met een antiquair plannen ze grootse dingen. En zo.
Het duurt even vooraleer het speelveld afgetekend is en de pionnen erop staan, maar eens zover wordt er enthousiast mee rondgeschoven en introduceert men af en toe nieuwe spelers in het spel - zo duikt persoonlijke favoriet Lam Suet ook op in een uitzinnige cameo. Veel zwarte humor, zeker tijdens de finale in To’s universum, en de ervaren hand van het drietal achter de camera zorgt voor mooie plaatjes. Soms slaat de toon door een persoonlijke toets plots om, maar toch vormt alles een redelijk samenhangend geheel. De titel Triangle mag je letterlijk nemen - niet enkel door het overlappende werk van de drie regisseurs, er wordt ook veel met driehoeksverhoudingen gespeeld. Erg van genoten, samen met het enthousiaste publiek - een paar keer goed moeten lachen.
Fuck en yeah!
7 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 14, 2007
Jo Ropcke op het kerkhof
Wat toeristen dezer dagen nog in Aberdeen moeten zoeken was me niet helemaal duidelijk. In de jaren zeventig zal ‘t wel een mooi zicht geweest zijn, toen de baai vol lag met jonks, maar men beseft blijkbaar niet dat die tijden al lang vervlogen zijn. Tourgroepen stappen in de enige jonks die nog in de haven varen en doen zo aan sightseeing langs wat momenteel een jachthaven geworden is, vol dure hobbies. De bootbewoners van weleer hebben nu grote vissersschepen en wonen in de hoge flatgebouwen langs de baai. Voor een sfeervol Aberdeen hou je het best op de openingsscenes van ‘Enter the Dragon’. Wel een heuvel beklommen en zo terecht gekomen op een reusachtig begraafplaats tegen de helling met een zicht over de mooie natuurlijke baai - indrukwekkende plek.
Mijn meeste vervoer in Hong Kong doe ik te voet, met de Star Ferry of met de uitstekende metro - die rijdt heel frequent en is daardoor erg efficient. Om in Aberdeen te raken moest ik de bus gebruiken, en eigenlijk was dat veel leuker. De metro is verdomd handig, maar zorgt ervoor dat je als een blinde mol onder de stad sjeest, en het blijft een indrukwekkende stad - voortdurend zie ik mooie hoekjes. Hong Kong proef je best in kleine hapjes. Het centrum is erg druk en biedt weinig rustige plekjes, langer dan een paar dagen in een ruk zou ik het hier nooit uithouden, lijkt me. Hetzelfde gevoel als bij Cairo - ook een stad waar ik erg van hou, al wordt ik er na drie of vier dagen kompleet zot door de voortdurende drukte. Maar het gebied is natuurlijk groot en divers - zelfs op Hong Kong eiland zijn er toch oases van rust te vinden - al mag dat dan een kerkhof in Aberdeen blijken te zijn.
Terug in Kowloon naar Hong Kongs filmhuis Broadway Cinema getrokken, waar ze de Chinese film ‘Lost in Beijing’ draaiden. Ik zal het kort houden om niet weer als Jo Ropcke-reincarnatie versleten te worden; een middelmatige arthouse-film, had z’n momenten maar duurde veel te lang. Wel kreeg hij een Cat-III rating door de seksscenes, maar die hielden jammer genoeg na een halfuurtje al op. Aan de filmzaal was een boekhandel verbonden, waardoor ik er buitenstapte met een hoop leesvoer - een boek van zowat driehonderd pagina’s over Johnnie To, eentje over Herman Yau, een kritische analyse van ‘A Better Tomorrow’ - good stuff.
Morgen is ‘t al m’n laatste dag - en ik denk die vooral te gebruiken om m’n laatste koophonger te stillen, zeker nu ik de plaatselijke boekenwinkels aan ‘t ontdekken ben. Aan dvds heb ik voorlopig wel genoeg - als ik er nog meer bij zou proppen, zal ik onmogelijk zonder dansende ogen voorbij de Belgische douane kunnen stappen. Alhoewel.
Tot binnenkort!
6 Reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 16, 2007
China - de foto’s
Klik op de kleine foto’s om ze te vergroten. Eender waar op de uitvergrote foto klikken doet die weer verdwijnen. Denk er wel aan dat ik allerminst een begenadigd fotograaf ben. Oh - en dat m’n fototoestel al snel de geest begon te geven.
Nog geen reacties » - geplaatst op reis 2007 CHINA door wim
November 16, 2007
REISROUTE CHINA/HONG KONG 2007

Van 15 oktober 2007 tot 16 november 2007
Overnachtingen :
15/10/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
16/10/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
17/10/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
18/10/2007 Chengdu - Sim’s Cozy Guesthouse
19/10/2007 Chengdu - Sim’s Cozy Guesthouse
20/10/2007 Chengdu - Sim’s Cozy Guesthouse
21/10/2007 Langzhong - Dujia Kezhan
22/10/2007 Langzhong - Dujia Kezhan
23/10/2007 Chengdu - Sim’s Cozy Guesthouse
24/10/2007 Chengdu - Sim’s Cozy Guesthouse
25/10/2007 Zigong - Wenhua Gong Binguan
26/10/2007 Chishui - Binguan aan busstation
27/10/2007 Overnacht Chongqing/Guiyang Nighttrain
28/10/2007 Liping - Binguan aan busstation
29/10/2007 Zhaoxing - Dong Village Hotel
30/10/2007 Zhaoxing - Dong Village Hotel
31/10/2007 Zhaoxing - Dong Village Hotel
01/11/2007 Chengyang - International Countryside Hostel
02/11/2007 Dazhai - Dazhai Terrace Binguan
03/11/2007 Yangshuo - Peace Hotel
04/11/2007 Yangshuo - Peace Hotel
05/11/2007 Chaolong - Outside Inn
06/11/2007 Chaolong - Outside Inn
07/11/2007 Chaolong - Outside Inn
08/11/2007 Chaolong - Outside Inn
09/11/2007 Chaolong - Outside Inn
10/11/2007 Chaolong - Outside Inn
11/11/2007 Overnacht Guilin/Shenzhen Nighttrain
12/11/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
13/11/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
14/11/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
15/11/2007 Hong Kong - Dragon Hostel
16/11/2007 Vertrek
Keer terug naar de Startpagina