2004 MALEISIE

In ‘94 mocht ik dan zowat een maand in Maleisië gezeten hebben - eigenlijk had ik er maar weinig van gezien. Niet alleen de tropische omgeving, maar ook de mix van culturen door haar koloniale geschiedenis maakt het een boeiende bestemming - de Belgische taalgemeenschappen met hun eeuwige geëmmer zouden ‘ns geconfronteerd moeten worden met de Maleise bewegwijzering waar informatie soms in vier talen op staat - Maleis, Chinees, Tamil en Engels. Onderhuids broeien er wel conflicten, maar als reiziger merk je daar weinig van. Ook van het dure Singapore had ik nauwelijks wat gezien, vanwege het ultra lage budget waarmee ik indertijd reisde. Geld met hopen, ditmaal. En zin. Zin om te slenteren !

Een paar foto’s en enkele oude mails die ik nog uit de mailbox kon vissen :


Singapore

In Singapore is ‘t heet.

We zwemmen een lome rugslag, badend in ons zweet, langsheen de steegjes van Little India, draaien naar een stevige schoolslag om de drukke Orchard Road over te steken, waar Nicole en Hugo vaste klant zijn van de marmeren air-con paleizen met merkkledij die best met de betere credit card betaald worden.

Singapore is de Brave New World. Door de luidsprekers in de metro weerklinken vriendelijke doch gebiedende stemmen om te zeggen wat zoal niet mag en welk prijskaartje er bij overtreding aan hangt. Rode letters op alomtegenwoordige bordjes overal in stad slaan met nog wat meer verboden om de oren. Kauwgom bezitten kost al gauw $500. Duur voor een pakske sjieken.

Singaporianen lopen nogal vreemd doorheen dit alles. Weinig plaats voor plezier. Zwijgzaam en masse doorheen de metrostations trekken op weg naar een shopping centrum. Iedereen verdient goed z’n geld en geeft ‘t graag uit. En alles loopt strak, geordend en efficient. Maar bellen blazen van kauwgom is ook plezant.

Morgen trekken we naar Maleisië. Hoera!

Tanah Rata (Maleisië)

We zitten momenteel in de Cameron Highlands en sippen aan een kopje thee, pink in de lucht - zoals het hoort.

Eindelijk het stadsgewoel ver beneden ons kunnen laten, we zitten hier op 1700 meter, ‘t is aangenaam koel en alles ziet groen. Vanmiddag door de jungle getrokken langsheen watervallen - merkwaardig energiek stappend. ‘t Is een vreemde ervaring, stappen doorheen een overvloed aan tropisch plantenleven terwijl het maar een goeie 22 graden is. Ergens doet iets “Oe Oe” en het bladerdek ritselt.

Hierna trekken we naar Kuala Kangsar, een klein plaatsje aan een lekker bruine jungle-rivier, terug beneden, terug zweten, terug stinken, terug driemaal daags onder de douche. Ach - zat ik nu maar in Brussel, waar de temperatuur nauwelijks het vriespunt overstijgt. Als ik het Europese weersoverzicht mag geloven tenminste, dat ik met veel plezier las in de plaatselijke gazet.

Daarna naar Penang, een eilandje voor de noordwestelijke kust, waar ik ooit al met veel plezier rondgestruikeld heb, nu alweer tien jaar geleden. Hopelijk zijn ze dat daar ondertussen al vergeten en mag ik er terug binnen.

Sampai jumpa lagi


Tanah Rata (Maleisië)

Dus !

Mis ik jullie zo zeer dat ik hier om de zoveel avonden wat tekst uit een klavier zit te rammelen? Of! Is er hier ’s avonds weinig te doen nadat op de nachtmarkt ons buikje kogelrond gegeten is? Wie zal het zeggen?

We zitten een dagje langer in de Cameron Highlands, dankzij een aardverschuiving die een stuk van de weg naar beneden bedolven heeft. Morgenvroeg zou alles opgelost zijn, verzekerde de Indische madam aan het busstation ons, schuddend met haar hoofd.

Gisteren doorheen de jungle geploeterd, op weg naar een theeplantage hier iets verderop. Dat ploeteren hield in dat onder en over omgevallen bemoste boomstronken geklommen moest worden. Iets waar m’n broek het erg moeilijk mee bleek te hebben. Gescheurd van bovenaan m’n gat tot aan m’n knoop. Helemaal gescheurd dus. Waarna we uit de jungle terecht kwamen op een wegske dat naar de theeplantage leidde. In de volle middagzon daar naartoe gewandeld. M’n kop ziet er nu uit als dat van een zatte Duitser, zonnebrandolie is me vreemd.

Die theeplantage had een uiterst verzorgd bezoekerscentrum, waar mensen zonder slurpen aan een kopje thee nipten, genietend van het zicht op de weidse, met theestruiken begroeide bergen rondom. Een zicht dat danig verstoord werd toen er iemand afgeslenterd kwam met een knalrood verbrande kop en een broek die ruim inzage gaf op zijn onmodieuze ondergoed.

Ik ga er steeds prat op zo weinig mogelijk te pakken in m’n rugzak. M’n broek was m’n enige broek. Ik zou ze wassen terwijl ik m’n shorts droeg - in de tropische zon is zo’n natte broek toch meteen droog. Een broek als total loss stond niet in de planning. Gelukkig heeft Lucie drie broeken gepakt, waarvan eentje me beeldig staat. Werkelijk beeldig, alle mannen hier geven me lieve complimentjes.

En zo zitten we hier nu een laatste dag in de koele bergen. De mist is komen opzetten en maakt alles hier mooi sprookjesachtig. Je weet wel - sprookjes.

Salukes

Georgetown (Maleisië)

Hoera ! Hier ben ik dan alweer ! Vreugde en blijdschap zenden zich via kosmische stralingen vanuit het topje van m’n hoofd richting België. Verwarm uw voetpad ermee zodat ge niet uitglijdt over de sneeuw.

Penang ! Heerlijk, vibrerend Penang - smeltkroes van volkeren, waar de klok stilstaat en de Chinese maffia denkt dat een cool blik nog steeds verstopt zit achter een spiegelende jaren tachtig zonnebril. Penang ! Waar ge kunt verdwalen in Chinatown om opeens op de binnenkoer van een overdadig versierde tempel te staan met binnenin wierrook, merkwaardige rites en ritmisch gebonk op grote gongen. Waar ge langsheen sari-winkels en luide muziekshops een weg maakt tussen alomtegenwoordige scooters naar een Indisch restaurant met authentieke Zuid-Indische gerechten geserveerd op een frisgroen bananenblad.

Penang ! We zitten op Penang. Het vasteland ligt nog geen kwartiertje verwijderd met de ferry, maar het lijkt alsof we even in een ander land zitten. Iedereen is wat meer laid-back, neuriet schonere liedjes en vooral - ‘t is hier een pak makkelijker om een frisse pint vast te krijgen. Op’t vasteland worden nogal snel dikke islamitische wenkbrauwen gefronst als bier in de buurt is. Hier lopen Thaise travestieten met hun Thaise valse tieten te koop - trippel trippel op hoge hakken - terwijl een straat verderop de muezzin tot gebed roept. Penang ! Hier hangt nog steeds de sfeer van de ouwe vrijhaven. Zonder veel verbeelding lijkt in elk achterafstraatje nog wel een opiumkit verborgen te liggen.

We zitten hier nu drie dagen, peins ik - morgen trekken we voor een nachtje naar een klein vissersdorpje in het noordwesten van het eiland en dan maken we terug de oversteek naar het vasteland, we trekken helemaal naar de oostkust want voor die kust liggen kleine eilandjes met parelwitte stranden en een heldere diepblauwe zee. En daar gaan we zowat liggen en hangen op dat parelwitte strand om af en toe wat verkoeling zoekend te plonzen in die heldere diepblauwe zee. Ge weet wel - zo’n saaie strandvakantie met steeds dat vervelende stralende weer.

En nu - nu ga ik een noedelsoepje eten en daarna een pintje pakken.

Hoera !



Kota Bharu (Maleisië)

Hoelang duurt acht uur
Uw knieën in uw nek
Verbeten aan het stuur
De achterband is lek

Buiten de natuur
Warme groene plek
De bus ruikt bitterzuur
Angstzweet van een gek

De busreis naar Kota Bharu was een beproeving. Krappe beenruimte en een moeilijke bochtige weg. Na een uurtje rijden kregen we al een klapband, waarna flapperend verdergereden werd - geduldig op zoek naar wat de goedkoopste garage van Noord-Maleisië bleek te zijn. Onze buschauffeur hield de filosofie “Mijn bus is een grote bus” aan. Vrachtwagens voorbijsteken in bochten, tegen een sneltreinvaart kronkelende wegen naar beneden nemen. Zijn bus was een grote bus en zou een aankomende wagen toch simpelweg van de baan afduwen - so why worry. Maar we zijn er geraakt ! En we zijn hier zo snel mogelijk ook weer weg ! Hoera !

Kota Bharu is een provinciale hoofdstad in het noordoosten van Maleisië, net onder de Thaise grens, waar sluiers helemaal en vogue zijn - ‘t zijn de laatste modellekes die ze hier dragen, zorgvuldig bewerkt met goudbrokaat. We blijven hier een nacht, morgenvroeg richting ferry, richting robinsoneiland.

Ons hotel is een simpel Chinees kot met een slijmerige badkamer. Wel een aanpassing na Penang - Penang ! - waar we in het oude Cathay Hotel verbleven. Een half-vervallen restant van Penangs koloniale verleden - ruime kamer, via een brede trap ligt beneden een enorme lobby met een bejaarde Chinees die zich perfecte Engelse jeanetten-manieren eigen gemaakt heeft. “Did you have a pleasant evening, Sir, Miss ?” Fantastisch hotel - aah, Penang. Maar nu dus - een kot. Voor een nacht - morgen spelen onze voeten met zand terwijl we naar de zonsondergang kijken.

Singapore

Dat hebben we. Hoerechance. Of misschien helemaal niet.

Ons tropisch eilandje - parelwitte stranden, diepblauwe zee, enzomeer. De eerste drie dagen toch. Daarna sloeg het weer overnacht volledig om en werden we getrakteerd op een freak storm. Ons parelwit strand lag bezaaid met dode palmbladeren en gevallen kokosnoten, onze diepblauwe zee werd grauw, de baai lag vol aftandse vissersboten die niet konden uitvaren, het zachte slaan van de golven werd een scherp onafhoudend gedreun, kolkend, schuimend, vol visafval en plastic zakjes.

Dagen passeerden, de storm bleef maar aanhouden, de vissersbootjes bleven maar voor anker liggen en wij bleven maar bibberend hopen op beter weer. Beter weer, want we moesten op tijd van dat - ondertussen zo genoemde - kuteiland geraken. Dat kuteiland, op amper twintig kilometer van de kust, waar we op vast zaten. De zee was onbevaarbaar, terwijl de datum van onze vlucht naderde. We hielden al rekening met het ergste. Geld laten overmaken uit België (maar van wie - van u ?) om een nieuw ticket te kunnen betalen. Reisverzekering ? Pfft - who needs it. Zeker die pipo’s in een bungalow een baai verderop niet, die de datum van hun vlucht naar de UK ondertussen al hadden zien voorbijgaan.

Waren we eerst nog stapelverliefd op ons houten bungalowtje op twintig passen van de zee - we vervloekten de beukende zee, de grijze lucht en Armand Pien. Grimmig gestemd stapten we een paar keer per dag naar de eetbarak iets verderop - een mens moet iets doen met z’n tijd - waar het eten saaier en saaier werd - de groenten raakten op - om dan weer terug te stappen naar ons bungalowtje en met een kwade blik naar de zee te staren. Tropical paradise. Lucie had nog een ongelezen boek in haar rugzak. Robinson Crusoe door Daniel Dafoe. Treffend.

Elke morgen opnieuw de horizon afspeuren naar beweging. Op zoek naar een bootje dat ons van dat KUTEILAND kon weghalen. TROPICAL PARADISE. We moesten verdomme binnen twee dagen in Singapore zijn ! En we zaten nu in het uiterste noordoostelijke puntje van Maleisië. Ver - zo ver weg. En de zee - zij kolkte voort.

Gisteren ! Gisteren - na een nacht vol regen - hoorden we een motor ronken - van ergens aan de horizon. Een bootje ! Een uitweg ! Een bootje voorzien voor vijftien passagiers dat volgeladen werd met veertig rugzaktoeristen op hun laatste tandvlees. Als Vietnamese bootvluchtelingen over een nog steeds woelige zee aan land gebracht. Varen - varen over de baren. Op een nachttrein richting Singapore gesprongen en nu zitten we hier nog op tijd om belachelijk veel geld uit te geven in aircon shopping malls en te rollen en te draaien in alles wat maar consumeerbaar is.

Hoerechance ! Morgenvroeg staat er een vliegtuig in Singapore en twee zitjes zijn van ons.

Tot weldra !


Van 17 februari 2004 tot 12 maart 2004

Overnachtingen :

17/02/2004 Singapore - Traveller’s Rest Place
18/02/2004 Singapore - Traveller’s Rest Place
19/02/2004 Melaka - Asian Heritage
20/02/2004 Kuala Lumpur - Green Hut
21/02/2004 Tanah Rata (Cameron Highlands) - Father’s Guesthouse
22/02/2004 Tanah Rata (Cameron Highlands) - Father’s Guesthouse
23/02/2004 Tanah Rata (Cameron Highlands) - Father’s Guesthouse
24/02/2004 Tanah Rata (Cameron Highlands) - Father’s Guesthouse
25/02/2004 Kuala Kangsar - Rumah Rehat K.K.
26/02/2004 Penang Georgetown - Cathay Hotel
27/02/2004 Penang Georgetown - Cathay Hotel
28/02/2004 Penang Georgetown - Cathay Hotel
29/02/2004 Penang Georgetown - Cathay Hotel
01/03/2004 Penang Georgetown - Cathay Hotel
02/03/2004 Kota Bharu - Ideal Guesthouse
03/03/2004 Perhentian Besar - Flora Beach Chalets
04/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
05/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
06/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
07/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
08/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
09/03/2004 Perhentian Besar - Abdul’s Chalets
10/03/2004 Overnacht Kota Bharu/Singapore nighttrain
11/03/2004 Singapore - Traveller’s Rest Place
12/03/2004 Vertrek

Keer terug naar de Startpagina